Friday, November 15, 2013
Elly van den Berge (27) is verslaafd aan de drukte van de stad. Waar is het dan beter wonen dan op de Keizersgracht, met de Utrechtsestraat op kruip- en de Amstel op loopafstand?
Het duurt enkele minuten voordat Elly van den Berge de zware voordeur van het monumentale pand opentrekt. De weg die volgt voert langs een immense tuin, tientallen lege vertrekken, bouwmaterialen en een afgesloten kamer. „Mozart heeft hier ooit opgetreden,” zegt Van den Berge onachtzaam, de zoveelste trap opklimmend. „De akoestiek is hier erg goed.” Na een paar minuten lopen opent ze een deur in de nok van het pand. „Welkom in mijn huisje.”



Het monumentale zeventiende eeuwse pand aan de Keizersgracht heeft een roerige periode achter de rug. Op het adres, waar tot 2008 verschillende advocaten huisden, werd in 2002 een bekend Amsterdams onderwereldfiguur geliquideerd. Een van de advocaten uit het pand trof drie jaar later hetzelfde lot voor zijn woning in Amsterdam Zuid. Een grondige renovatie en een bestemmingswijziging moeten die periode voor eens en altijd afsluiten.

„Er komen luxe appartementen in voor de verhuur. In nauwe samenwerking met monumentenzorg brengt de eigenaar het pand zoveel mogelijk terug in de oude staat.” Op een rondleiding langs alle vertrekken wijst Van den Berge op oude ornamenten, die tientallen jaren verborgen zijn geweest onder moderne plafonds. „De kamer waar Mozart heeft opgetreden is een van de weinige vertrekken in het huis waar de oude stijl bewaard is gebleven.”

Van den Berge is geboren in Eindhoven, groeide op in Waalre, studeerde in Breda en woont en werkt nu alweer enkele jaren in Amsterdam, als e-commerce manager voor een groot warenhuis. Haar kamer aan de Damstraat ruilde ze begin dit jaar in voor het appartement aan de Keizersgracht. Een vriendin vroeg Van den Berge bij haar te komen wonen, in het pand van haar vader.

„Zij vindt het prettiger dit enorme pand met iemand te delen. Ik was op slag verkocht.” Voor Van den Berge stralen de grachten rijkdom uit. „Niet alleen in termen van geld; het leven is er rijk. Je wordt gelukkig van het kabbelende water voor je deur, de zon die erop schijnt. Ik wandel hier ook veel, en iedere ochtend naar mijn werk: over de gracht, via de Amstel naar het metrostation Waterlooplein. Zo mooi.”

Na een moment stilte lacht Van den Berge en zegt: „Ik ben wat ze noemen een Young Urban Professional. Maar ik besef maar al te goed hoe erg ik het heb getroffen.”
Tekst:  Jeff PinksterFoto:   Janus van den Eijnden & Tom LievenseDeze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).

Elly van den Berge (27) is verslaafd aan de drukte van de stad. Waar is het dan beter wonen dan op de Keizersgracht, met de Utrechtsestraat op kruip- en de Amstel op loopafstand?

Het duurt enkele minuten voordat Elly van den Berge de zware voordeur van het monumentale pand opentrekt. De weg die volgt voert langs een immense tuin, tientallen lege vertrekken, bouwmaterialen en een afgesloten kamer. „Mozart heeft hier ooit opgetreden,” zegt Van den Berge onachtzaam, de zoveelste trap opklimmend. „De akoestiek is hier erg goed.” Na een paar minuten lopen opent ze een deur in de nok van het pand. „Welkom in mijn huisje.”

Het monumentale zeventiende eeuwse pand aan de Keizersgracht heeft een roerige periode achter de rug. Op het adres, waar tot 2008 verschillende advocaten huisden, werd in 2002 een bekend Amsterdams onderwereldfiguur geliquideerd. Een van de advocaten uit het pand trof drie jaar later hetzelfde lot voor zijn woning in Amsterdam Zuid. Een grondige renovatie en een bestemmingswijziging moeten die periode voor eens en altijd afsluiten.

„Er komen luxe appartementen in voor de verhuur. In nauwe samenwerking met monumentenzorg brengt de eigenaar het pand zoveel mogelijk terug in de oude staat.” Op een rondleiding langs alle vertrekken wijst Van den Berge op oude ornamenten, die tientallen jaren verborgen zijn geweest onder moderne plafonds. „De kamer waar Mozart heeft opgetreden is een van de weinige vertrekken in het huis waar de oude stijl bewaard is gebleven.”

Van den Berge is geboren in Eindhoven, groeide op in Waalre, studeerde in Breda en woont en werkt nu alweer enkele jaren in Amsterdam, als e-commerce manager voor een groot warenhuis. Haar kamer aan de Damstraat ruilde ze begin dit jaar in voor het appartement aan de Keizersgracht. Een vriendin vroeg Van den Berge bij haar te komen wonen, in het pand van haar vader.

„Zij vindt het prettiger dit enorme pand met iemand te delen. Ik was op slag verkocht.” Voor Van den Berge stralen de grachten rijkdom uit. „Niet alleen in termen van geld; het leven is er rijk. Je wordt gelukkig van het kabbelende water voor je deur, de zon die erop schijnt. Ik wandel hier ook veel, en iedere ochtend naar mijn werk: over de gracht, via de Amstel naar het metrostation Waterlooplein. Zo mooi.”

Na een moment stilte lacht Van den Berge en zegt: „Ik ben wat ze noemen een Young Urban Professional. Maar ik besef maar al te goed hoe erg ik het heb getroffen.”

Tekst:  Jeff Pinkster
Foto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense
Deze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).
Tuesday, October 15, 2013
Al meer dan vijftig jaar woont Justus Halbertsma in Hotel Carlton, op de hoek van de Singel en Vijzelstraat. Hotelgast wil hij niet genoemd worden, hij kan het immers ook niet helpen dat er een hotel om zijn flat heen is gebouwd.

Het is de enige deur in het hotel met een naambordje, bel en brievenbus. Al is die brievenbus eigenlijk overbodig: Justus Halbertsma (87) haalt zijn post namelijk al jaren op in de lobby van het hotel, waar de receptionisten altijd vriendelijk zijn en een praatje met hem maken. De kamer op de zevende etage is klein, maar daar heeft Halbertsma geen last van. “Door het enorme uitzicht lijkt de ruimte vele malen groter. Daarom woon ik hier zo prettig.”

Halbertsma en zijn – inmiddels overleden – vrouw kregen de flat in 1953 toegewezen. Beter hadden ze het niet kunnen treffen: een flat, midden in het centrum, met een fenomenaal uitzicht. Aan dat geluk leek in de jaren zestig een abrupt einde te komen, toen het complex werd opgekocht en verbouwd tot hotel met 218 kamers. Halbertsma en zijn vrouw weigerden te vertrekken, er was immers toegezegd dat ze de flat voor onbepaalde tijd konden huren.

“Alle andere bewoners zijn onterecht weggejaagd,” zegt Halbertsma. “Hier is één keer iemand aan de deur geweest, of wij ook niet wilden verhuizen. Ik heb hem verteld dat wij hier gewoon konden blijven. Daarna heb ik nooit meer iemand gezien en ik woon er nog steeds.” Halbertsma wijst op het uitzicht. “Dat is toch prachtig? Met mooi weer kan ik tot de kustlijn kijken. En je ziet hier heel goed de vorm van de grachten. Je kunt ze helemaal volgen.”

Van het uitzicht op de grachten geniet hij nog dagelijks, het liefst met een mooie opera op de achtergrond - zelf speelde hij er in tachtig, als cellist bij De Nederlandse Opera en het Nederlands Balletorkest. “Als Amsterdammer zijn de grachten zo’n vanzelfsprekendheid. Ik heb hier altijd gewoond, je vergeet bijna hoe uniek het is. Dat zal wel een van de redenen zijn waarom ik hier niet meer weg wil.”

Nee, moet hij toegeven, van de roomservice heeft hij nog nooit gebruikt gemaakt. Halbertsma denkt even na, verontschuldigt zich voor zijn geheugen en weet het nog sterker te maken: “In al die tijd dat het een hotel is heb ik hier maar één keer  een kop koffie gedronken. Bij hoge uitzondering toen mijn neef hier op bezoek was.” Tekst:  Jeff PinksterFoto:   Janus van den Eijnden & Tom LievenseDeze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).

Al meer dan vijftig jaar woont Justus Halbertsma in Hotel Carlton, op de hoek van de Singel en Vijzelstraat. Hotelgast wil hij niet genoemd worden, hij kan het immers ook niet helpen dat er een hotel om zijn flat heen is gebouwd.

Het is de enige deur in het hotel met een naambordje, bel en brievenbus. Al is die brievenbus eigenlijk overbodig: Justus Halbertsma (87) haalt zijn post namelijk al jaren op in de lobby van het hotel, waar de receptionisten altijd vriendelijk zijn en een praatje met hem maken. De kamer op de zevende etage is klein, maar daar heeft Halbertsma geen last van. “Door het enorme uitzicht lijkt de ruimte vele malen groter. Daarom woon ik hier zo prettig.”

Halbertsma en zijn – inmiddels overleden – vrouw kregen de flat in 1953 toegewezen. Beter hadden ze het niet kunnen treffen: een flat, midden in het centrum, met een fenomenaal uitzicht. Aan dat geluk leek in de jaren zestig een abrupt einde te komen, toen het complex werd opgekocht en verbouwd tot hotel met 218 kamers. Halbertsma en zijn vrouw weigerden te vertrekken, er was immers toegezegd dat ze de flat voor onbepaalde tijd konden huren.

“Alle andere bewoners zijn onterecht weggejaagd,” zegt Halbertsma. “Hier is één keer iemand aan de deur geweest, of wij ook niet wilden verhuizen. Ik heb hem verteld dat wij hier gewoon konden blijven. Daarna heb ik nooit meer iemand gezien en ik woon er nog steeds.” Halbertsma wijst op het uitzicht. “Dat is toch prachtig? Met mooi weer kan ik tot de kustlijn kijken. En je ziet hier heel goed de vorm van de grachten. Je kunt ze helemaal volgen.”

Van het uitzicht op de grachten geniet hij nog dagelijks, het liefst met een mooie opera op de achtergrond - zelf speelde hij er in tachtig, als cellist bij De Nederlandse Opera en het Nederlands Balletorkest. “Als Amsterdammer zijn de grachten zo’n vanzelfsprekendheid. Ik heb hier altijd gewoond, je vergeet bijna hoe uniek het is. Dat zal wel een van de redenen zijn waarom ik hier niet meer weg wil.”

Nee, moet hij toegeven, van de roomservice heeft hij nog nooit gebruikt gemaakt. Halbertsma denkt even na, verontschuldigt zich voor zijn geheugen en weet het nog sterker te maken: “In al die tijd dat het een hotel is heb ik hier maar één keer  een kop koffie gedronken. Bij hoge uitzondering toen mijn neef hier op bezoek was.”


Tekst:  Jeff Pinkster
Foto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense
Deze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).
Wednesday, September 18, 2013
Floris Vermeulen (40) en Abigail Koopmans (42) zochten een bouwval aan de Prinsengracht, vonden er een, knapten het van onder tot boven op en zijn nu maar wat blij dat ze hun kinderen zien opgroeien aan de rand van de Jordaan.



“Het is een ideale omgeving om op te groeien. Hier leer je wat het is om rekening met elkaar te moeten houden. Dat geef ik Elijah (10) en Nathaniel (5) graag mee,” zegt Abigail Koopmans, ambtenaar in stadsdeel Oost en zelf opgegroeid in het centrum. “Maar het is ook een enorm diverse omgeving,” zegt Floris Vermeulen, docent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en sinds 1993 woonachtig in Amsterdam. “Absoluut niet alleen maar rijken, hogeropgeleiden.”

A: “Het vinden van een geschikt pand was een hele zoektocht. Veel vervallen panden zijn er niet meer. Eind 2003 vonden we er een, vlak voor de kerstperiode, in de buurt van de Noordermarkt.” F: “Mijn vader is architect en adviseerde ons onmiddellijk: doen, kopen. Het huis was in slechte staat, maar de fundering prima. Het was echt een enorme bouwval, vreselijk.”

A: “Het huis is eigendom geweest van Vieze Mien, een begrip in de Jordaan. Uit irritatie kieperde ze weleens een emmer pies naar beneden als ze geen zin had in bezoek. Zij bewoonde dit pand samen met haar psychiatrische zoon. Afval verzamelen was een van zijn hobby’s.”

F: “We hebben het pand met de grootst mogelijke zorg teruggebracht in de oude staat. Op advies van Monumentenzorg zijn er zelfs nieuwe scheve raamkozijnen ingezet; de gevel staat immers scheef.” A: “Met een hele kundige aannemer hebben we er een jaar aan gewerkt. Vier verdiepingen, 130 vierkante meter in totaal. Om die eerste jaren uit de kosten te komen hebben we een verdieping een lange tijd als Guest House verhuurd.”

A: “De kinderen zijn hier dolgelukkig, aan de oudste merk je al dat hij trots is hier te wonen.” F: “En zij slapen wel als een bom, met dat enkel glas.” A: “Wij hebben die gave niet, dus horen we altijd hoe mensen hun relatie hier voor de deur uitmaken als ze het café verlaten. Best wel grappig.” 

F: “We hebben het hier echt getroffen. Het grappige is dat wij eigenlijk aan de rand van de grachtengordel wonen. We maken dus veel gebruik van de Jordaan. De mentaliteit is hier heel prettig. Het is saamhorig, maar niet overdreven. We leven erg met elkaar mee, onlangs bijvoorbeeld nog toen de eigenaar van het café hiernaast overleed. Dan is het contact hecht. Maar het is ook weer niet zo dat we elke dag bij elkaar op de koffie gaan.”Tekst:  Jeff PinksterFoto:   Janus van den Eijnden & Tom LievenseDeze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).

Floris Vermeulen (40) en Abigail Koopmans (42) zochten een bouwval aan de Prinsengracht, vonden er een, knapten het van onder tot boven op en zijn nu maar wat blij dat ze hun kinderen zien opgroeien aan de rand van de Jordaan.

“Het is een ideale omgeving om op te groeien. Hier leer je wat het is om rekening met elkaar te moeten houden. Dat geef ik Elijah (10) en Nathaniel (5) graag mee,” zegt Abigail Koopmans, ambtenaar in stadsdeel Oost en zelf opgegroeid in het centrum. “Maar het is ook een enorm diverse omgeving,” zegt Floris Vermeulen, docent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en sinds 1993 woonachtig in Amsterdam. “Absoluut niet alleen maar rijken, hogeropgeleiden.”

A: “Het vinden van een geschikt pand was een hele zoektocht. Veel vervallen panden zijn er niet meer. Eind 2003 vonden we er een, vlak voor de kerstperiode, in de buurt van de Noordermarkt.” F: “Mijn vader is architect en adviseerde ons onmiddellijk: doen, kopen. Het huis was in slechte staat, maar de fundering prima. Het was echt een enorme bouwval, vreselijk.”

A: “Het huis is eigendom geweest van Vieze Mien, een begrip in de Jordaan. Uit irritatie kieperde ze weleens een emmer pies naar beneden als ze geen zin had in bezoek. Zij bewoonde dit pand samen met haar psychiatrische zoon. Afval verzamelen was een van zijn hobby’s.”

F: “We hebben het pand met de grootst mogelijke zorg teruggebracht in de oude staat. Op advies van Monumentenzorg zijn er zelfs nieuwe scheve raamkozijnen ingezet; de gevel staat immers scheef.” A: “Met een hele kundige aannemer hebben we er een jaar aan gewerkt. Vier verdiepingen, 130 vierkante meter in totaal. Om die eerste jaren uit de kosten te komen hebben we een verdieping een lange tijd als Guest House verhuurd.”

A: “De kinderen zijn hier dolgelukkig, aan de oudste merk je al dat hij trots is hier te wonen.” F: “En zij slapen wel als een bom, met dat enkel glas.” A: “Wij hebben die gave niet, dus horen we altijd hoe mensen hun relatie hier voor de deur uitmaken als ze het café verlaten. Best wel grappig.” 

F: “We hebben het hier echt getroffen. Het grappige is dat wij eigenlijk aan de rand van de grachtengordel wonen. We maken dus veel gebruik van de Jordaan. De mentaliteit is hier heel prettig. Het is saamhorig, maar niet overdreven. We leven erg met elkaar mee, onlangs bijvoorbeeld nog toen de eigenaar van het café hiernaast overleed. Dan is het contact hecht. Maar het is ook weer niet zo dat we elke dag bij elkaar op de koffie gaan.”


Tekst:  Jeff Pinkster
Foto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense
Deze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).
Thursday, August 1, 2013
Als vooraanstaand pianiste studeerde ze in New York, Geneve en Boedapest. Maar eigenlijk leerde Marja Bon (64) pas echt muziek maken tijdens de feestjes die ze organiseerde in haar woning aan de Herengracht. Een vrijdagavond, begin jaren zeventig. Zoals vrijwel elk weekend is het in het huis van Marja Bon een komen en gaan van musici en kunstenaars. Tot zondagnacht houden beeldhouwers exposities en geven strijkers en pianisten concerten in het ruim vierhonderd jaar oude pand aan de Herengracht. Vaak tot diep in de nacht. En het mooie is: buren klagen niet, want die zijn er domweg niet.

“Muzikaal bloeide het huis als nooit tevoren. Ik woonde er met andere muzikanten, kwam in aanraking met de mooiste kunst en leerde kamermuziek kennen en waarderen,” zegt Bon vlak naast haar vleugel in de ‘Muzieksael’. “De buurt zelf was destijds heel leeg, somber zelfs. In dit blok woonden nauwelijks mensen en veel bedrijven trokken weg van de grachten. ’s Avonds liep ik vaak met mijn sleutels tussen mijn vingers, als boksbal.”En toch had de in Amsterdam geboren Bon het niet anders moeten treffen toen ze er in 1968 kwam wonen. Het ontbreken van buren betekende dat ze dagelijks ongehinderd acht tot tien uur achter haar piano kon studeren, of dat nu ’s morgens vroeg of ’s avonds was. En het was ook precies het jaar waarin door heel Europa de grote studentenprotesten begonnen die voor een flinke omwenteling zorgde.
“Aan het begin van  het universiteitsseizoen demonstreerden studenten tegen de woningnood. Dat was voor ons, mijn familie, de reden kamers te gaan verhuren aan studenten. Uiteindelijk woonde ik hier met drie pianisten en een cellist. Voor mij was dat fantastisch.” En het vormde de toekomst van het huis. “Er wonen en werken in dit pand nog altijd een groot aantal mensen, ook een aantal muzikanten.”Aan de feestjes kwam wel een einde. “In 1987 ben ik ermee gestopt. Ik had inmiddels twee kinderen, het blok werd weer bewoond, verderop keerden veel bedrijven terug. Om elf uur ’s avonds was het voortaan stil.” Het principe van de feestjes – kamermuziek en exposities van beeldende kunst leefde echter voort in het Wendingen Ensemble, opgericht door Bon in 1993 met cellist Hans Woudenberg.
45 jaar nadat Bon haar eerste voetstappen in het pand aan de Herengracht zetten, draait het leven nog altijd om de speelkamer, de ‘Muzieksael.’ “Het is zo’n bijzondere plek. De ornamenten en de muurschilderingen. Er zijn nog maar negentien panden op de grachten over met deze schilderingen. Ja, ik wil hier nooit meer weg.”
Tekst:  Jeff PinksterFoto:   Janus van den Eijnden & Tom LievenseDeze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst). 
 

Als vooraanstaand pianiste studeerde ze in New York, Geneve en Boedapest. Maar eigenlijk leerde Marja Bon (64) pas echt muziek maken tijdens de feestjes die ze organiseerde in haar woning aan de Herengracht.

Een vrijdagavond, begin jaren zeventig. Zoals vrijwel elk weekend is het in het huis van Marja Bon een komen en gaan van musici en kunstenaars. Tot zondagnacht houden beeldhouwers exposities en geven strijkers en pianisten concerten in het ruim vierhonderd jaar oude pand aan de Herengracht. Vaak tot diep in de nacht. En het mooie is: buren klagen niet, want die zijn er domweg niet.

“Muzikaal bloeide het huis als nooit tevoren. Ik woonde er met andere muzikanten, kwam in aanraking met de mooiste kunst en leerde kamermuziek kennen en waarderen,” zegt Bon vlak naast haar vleugel in de ‘Muzieksael’. “De buurt zelf was destijds heel leeg, somber zelfs. In dit blok woonden nauwelijks mensen en veel bedrijven trokken weg van de grachten. ’s Avonds liep ik vaak met mijn sleutels tussen mijn vingers, als boksbal.”

En toch had de in Amsterdam geboren Bon het niet anders moeten treffen toen ze er in 1968 kwam wonen. Het ontbreken van buren betekende dat ze dagelijks ongehinderd acht tot tien uur achter haar piano kon studeren, of dat nu ’s morgens vroeg of ’s avonds was. En het was ook precies het jaar waarin door heel Europa de grote studentenprotesten begonnen die voor een flinke omwenteling zorgde.

“Aan het begin van  het universiteitsseizoen demonstreerden studenten tegen de woningnood. Dat was voor ons, mijn familie, de reden kamers te gaan verhuren aan studenten. Uiteindelijk woonde ik hier met drie pianisten en een cellist. Voor mij was dat fantastisch.” En het vormde de toekomst van het huis. “Er wonen en werken in dit pand nog altijd een groot aantal mensen, ook een aantal muzikanten.”

Aan de feestjes kwam wel een einde. “In 1987 ben ik ermee gestopt. Ik had inmiddels twee kinderen, het blok werd weer bewoond, verderop keerden veel bedrijven terug. Om elf uur ’s avonds was het voortaan stil.” Het principe van de feestjes – kamermuziek en exposities van beeldende kunst leefde echter voort in het Wendingen Ensemble, opgericht door Bon in 1993 met cellist Hans Woudenberg.

45 jaar nadat Bon haar eerste voetstappen in het pand aan de Herengracht zetten, draait het leven nog altijd om de speelkamer, de ‘Muzieksael.’ “Het is zo’n bijzondere plek. De ornamenten en de muurschilderingen. Er zijn nog maar negentien panden op de grachten over met deze schilderingen. Ja, ik wil hier nooit meer weg.”

Tekst:  Jeff Pinkster

Foto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense
Deze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).
 
Wednesday, July 3, 2013
De Amerikaanse Droom in Nederland. Met hard werken en een beetje geluk verdiende ondernemer Michael Bruinsma (61) zijn droomhuis aan de Keizersgracht bij elkaar.
Hij was matroos, magazijnmedewerker, platenverkoper, werkte in de makelaardij en in de reclame, maar kreeg pas plezier in zijn werk toen hij van zijn hobby zijn beroep maakte. Als oprichter van spellenuitgeverij en distributiebedrijf 999 Games is Bruinsma onder meer verantwoordelijk voor de introductie van de populaire spellen Magic en De Kolonisten van Catan in Nederland. Maar zijn bedrijf „begon pas echt te kachelen” toen hij kaartspel Pokémon op de markt bracht. Het resultaat: een droomhuis op de plek waar Bruinsma altijd heeft willen wonen.„Amsterdam is het gezelligste dorp van Europa,” zegt Bruinsma. „Op de Keizersgracht zit je daar middenin. Beter wonen kan eigenlijk niet, dat je af en toe geen parkeerplek kunt vinden doet daar niets aan af. De toekomst van Amsterdam ziet er ook nog eens rooskleurig uit. Alle musea zijn weer open, kwalitatief staan de woningen er goed bij. Met alle Chinezen en Russen die deze kant opkomen gaan we een nieuwe rijke tijd tegemoet.”Bruinsma is geboren in Scheveningen, maar woonde daar nooit. Als zoon van een marinepiloot groeide hij op in Nieuw-Guinea, Italië, Frankrijk en Spanje. In 1971 vestigde hij zich weer in Nederland, of beter gezegd Amsterdam, in een kamertje waar hij de benen door de deuropening moest steken om te kunnen slapen. De zoektocht naar een grotere woning leidde via de Prinsengracht en de Brouwersgracht naar een klein, maar iets groter, tweekamerappartementje op de Keizersgracht.„Ik had geen cent te makken, maar het was echt de beste plek waar ik ooit heb gewoond. Door gezinsuitbreiding waren we gedwongen te verhuizen,” zegt Bruinsma. „Indertijd heb ik me voorgenomen daar ooit weer terug te keren.” Zijn hobby bleek de oplossing. „Al mijn hele leven speel ik fanatiek spelletjes. Op een spelletjesbeurs in Duitsland kwam ik een spel tegen, waarvoor ik wel een markt in Nederland zag. Met een startkapitaal van 5000 gulden ben ik in 1990 een postorderbedrijf begonnen.”999 Games - naar het typenummer van een „snelle Amerikaanse stoomlocomotief” - werd een succes. „Een paar jaar geleden zijn we op dit pand attent gemaakt. Toevallig lag het in onze oude buurt, we hebben het gekocht en teruggebracht in de oude staat,” zegt Bruinsma. „Er is hard voor gewerkt, maar een beetje geluk heb ik ook wel gehad.”Tekst:  Jeff PinksterFoto:   Janus van den Eijnden & Tom LievenseDeze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).

De Amerikaanse Droom in Nederland. Met hard werken en een beetje geluk verdiende ondernemer Michael Bruinsma (61) zijn droomhuis aan de Keizersgracht bij elkaar.

Hij was matroos, magazijnmedewerker, platenverkoper, werkte in de makelaardij en in de reclame, maar kreeg pas plezier in zijn werk toen hij van zijn hobby zijn beroep maakte. Als oprichter van spellenuitgeverij en distributiebedrijf 999 Games is Bruinsma onder meer verantwoordelijk voor de introductie van de populaire spellen Magic en De Kolonisten van Catan in Nederland. Maar zijn bedrijf „begon pas echt te kachelen” toen hij kaartspel Pokémon op de markt bracht. Het resultaat: een droomhuis op de plek waar Bruinsma altijd heeft willen wonen.

„Amsterdam is het gezelligste dorp van Europa,” zegt Bruinsma. „Op de Keizersgracht zit je daar middenin. Beter wonen kan eigenlijk niet, dat je af en toe geen parkeerplek kunt vinden doet daar niets aan af. De toekomst van Amsterdam ziet er ook nog eens rooskleurig uit. Alle musea zijn weer open, kwalitatief staan de woningen er goed bij. Met alle Chinezen en Russen die deze kant opkomen gaan we een nieuwe rijke tijd tegemoet.”

Bruinsma is geboren in Scheveningen, maar woonde daar nooit. Als zoon van een marinepiloot groeide hij op in Nieuw-Guinea, Italië, Frankrijk en Spanje. In 1971 vestigde hij zich weer in Nederland, of beter gezegd Amsterdam, in een kamertje waar hij de benen door de deuropening moest steken om te kunnen slapen. De zoektocht naar een grotere woning leidde via de Prinsengracht en de Brouwersgracht naar een klein, maar iets groter, tweekamerappartementje op de Keizersgracht.

„Ik had geen cent te makken, maar het was echt de beste plek waar ik ooit heb gewoond. Door gezinsuitbreiding waren we gedwongen te verhuizen,” zegt Bruinsma. „Indertijd heb ik me voorgenomen daar ooit weer terug te keren.” Zijn hobby bleek de oplossing. „Al mijn hele leven speel ik fanatiek spelletjes. Op een spelletjesbeurs in Duitsland kwam ik een spel tegen, waarvoor ik wel een markt in Nederland zag. Met een startkapitaal van 5000 gulden ben ik in 1990 een postorderbedrijf begonnen.”

999 Games - naar het typenummer van een „snelle Amerikaanse stoomlocomotief” - werd een succes. „Een paar jaar geleden zijn we op dit pand attent gemaakt. Toevallig lag het in onze oude buurt, we hebben het gekocht en teruggebracht in de oude staat,” zegt Bruinsma. „Er is hard voor gewerkt, maar een beetje geluk heb ik ook wel gehad.”

Tekst:  Jeff Pinkster
Foto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense
Deze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).
Wednesday, June 5, 2013
Meer dan een bed, een bank en een tafel kunnen ze er niet kwijt. Maar meer hebben Sophie Roos (24) en Sam Andrea (22) ook niet nodig. Ze wonen “verdomme” aan de Prinsengracht. “Wat wil je nog meer?”

Sam Andrea stopt een ogenblik met tokkelen op zijn gitaar, neemt een slok van zijn wijn en antwoordt dan resoluut: “De gekkigheid. De mensen die ’s nachts dronken in het water tiefen, de mensen die stiekem  in de bootjes liggen te neuken, de vechtende Marokkanen: dát maakt de grachten mooi.” Sophie Roos glimlacht en blaast de rook van haar sigaret door het openstaande raam naar buiten. „Ik vind het vooral fijn dat alles in de buurt is. En toch is het vrij rustig.”

Zij groeide op in de Weteringbuurt, hij in de Pijp en Noord. Via de vader van Roos betrokken ze een paar jaar geleden de kamer aan de Prinsengracht, met rat Poedie. Roos is burlesque-danseres én visagist, Andrea muzikant, schilder én barman – zijn punkrockband The Local Spastics heeft net een nieuwe plaat opgenomen. 

“Voor de spirit zijn dit heel goede tijden,” zegt Andrea. “Onze generatie is zo lui, zo niksig. Wij hebben altijd over alles kunnen beschikken. Dat is voorbij. Ik hoop dat de bom nog verder barst.” Andrea voorziet een terugkeer van de klassieke kunst. “Conceptuele en andere kunstvormen sterven uit omdat kunstsubsidies nu verdwijnen. Ik denk dat het realisme daardoor een opleving zal krijgen; dat het vakmanschap weer terug zal keren in de kunst.”

Roos vertelt over de stage van haar vriend bij kunstschilder Frans Franciscus. “Franciscus is nog maar één van de weinige schilders die klassieke schildertechnieken beheerst.” Andrea wijst op een van zijn schilderijen. “Op de Rietveld leren ze je dat in elk geval niet meer. Voor mij is iemand als Otto Dix of Frans Hals een voorbeeld, dat zijn twee totaal verschillende maar voor mij even inspirerende schilders.”

Andrea tokkelt verder op zijn gitaar. Aan de andere kant van de kamer maakt Roos zich ondertussen klaar voor haar show van vanavond, dit keer in de rol van Catwoman. “Eerder danste ik wel eens de rol van Marilyn Monroe. Maar die acts moeten wat aangepast, aangezien ik niet meer blond ben.” Gitaarmuziek vult de kamer. “Het is echt heerlijk wonen hier,’ zegt Andrea. “Leuke meid erbij, wat wil je nog meer?”Tekst:  Jeff PinksterFoto:   Janus van den Eijnden & Tom LievenseDeze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).

Meer dan een bed, een bank en een tafel kunnen ze er niet kwijt. Maar meer hebben Sophie Roos (24) en Sam Andrea (22) ook niet nodig. Ze wonen “verdomme” aan de Prinsengracht. “Wat wil je nog meer?”

Sam Andrea stopt een ogenblik met tokkelen op zijn gitaar, neemt een slok van zijn wijn en antwoordt dan resoluut: “De gekkigheid. De mensen die ’s nachts dronken in het water tiefen, de mensen die stiekem  in de bootjes liggen te neuken, de vechtende Marokkanen: dát maakt de grachten mooi.” Sophie Roos glimlacht en blaast de rook van haar sigaret door het openstaande raam naar buiten. „Ik vind het vooral fijn dat alles in de buurt is. En toch is het vrij rustig.”

Zij groeide op in de Weteringbuurt, hij in de Pijp en Noord. Via de vader van Roos betrokken ze een paar jaar geleden de kamer aan de Prinsengracht, met rat Poedie. Roos is burlesque-danseres én visagist, Andrea muzikant, schilder én barman – zijn punkrockband The Local Spastics heeft net een nieuwe plaat opgenomen. 

“Voor de spirit zijn dit heel goede tijden,” zegt Andrea. “Onze generatie is zo lui, zo niksig. Wij hebben altijd over alles kunnen beschikken. Dat is voorbij. Ik hoop dat de bom nog verder barst.” Andrea voorziet een terugkeer van de klassieke kunst. “Conceptuele en andere kunstvormen sterven uit omdat kunstsubsidies nu verdwijnen. Ik denk dat het realisme daardoor een opleving zal krijgen; dat het vakmanschap weer terug zal keren in de kunst.”

Roos vertelt over de stage van haar vriend bij kunstschilder Frans Franciscus. “Franciscus is nog maar één van de weinige schilders die klassieke schildertechnieken beheerst.” Andrea wijst op een van zijn schilderijen. “Op de Rietveld leren ze je dat in elk geval niet meer. Voor mij is iemand als Otto Dix of Frans Hals een voorbeeld, dat zijn twee totaal verschillende maar voor mij even inspirerende schilders.”

Andrea tokkelt verder op zijn gitaar. Aan de andere kant van de kamer maakt Roos zich ondertussen klaar voor haar show van vanavond, dit keer in de rol van Catwoman. “Eerder danste ik wel eens de rol van Marilyn Monroe. Maar die acts moeten wat aangepast, aangezien ik niet meer blond ben.” Gitaarmuziek vult de kamer. “Het is echt heerlijk wonen hier,’ zegt Andrea. “Leuke meid erbij, wat wil je nog meer?”

Tekst:  Jeff Pinkster
Foto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense
Deze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).
Friday, April 19, 2013
002 - Jacques - KeizersgrachtJacques Koops (62) is handelaar in curiosa. Prenten, boeken, oude flessen parfum, zelfs eeuwenoud papier; zijn woning aan de Keizersgracht staat er vol mee. Een handeltje hij dat hij grotendeels  dankt aan de grachtengordel en zijn geschiedenis.


Tussen een zak vol negatieven en een stapeltje boeken tovert Jacques Koops een eeuwenoud vel papier tevoorschijn. “Uit 1692,” zegt de handelaar. Het is een kaart van Amsterdam, enkele jaren na de voltooiing van de grachtengordel. “Je ziet in één oogopslag hoe logisch de stad eigenlijk is opgebouwd rondom de haven, dat is zo mooi. Eeuwig zonde dat precies daar het Centraal Station is gebouwd, ik baal daar echt van. Het zicht op het water is helemaal verdwenen.’


Op dat ene schoonheidsfoutje na prijst de Amsterdamse handelaar zich verder gelukkig met zijn stad. “Ik ben blij dat de vooruitgang Amsterdam voor een groot deel bespaard is gebleven. De grachten zijn de voorbije eeuwen eigenlijk nauwelijks veranderd.” Voor Koops is het wonen in een andere stad ondenkbaar. “Ik ben geboren in Indonesië, heb gewerkt in Afrika, overwoog een paar jaar geleden naar Antwerpen te verhuizen, maar ik kan de grachtengordel gewoon niet verlaten.”


Ruim dertig jaar geleden kwam Koops op Prinsengracht wonen. Als zelfstandig ondernemer zocht hij atelierruimte waar hij kon werken aan het kleuren van prenten. Hij kwam uit op een kamertje niet heel ver van de Elandsgracht. Dat kamertje werd later het pakhuis in de binnentuin, tussen de Prinsen- en Keizersgracht in. Hij kocht de 280 vierkante meter voor een schijntje, ging er met zijn vrouw wonen en zag er zijn kinderen opgroeien.


“Een van de mooiste plekken van de grachtengordel Een vrijstaand pand, we hadden van niemand last. Wat wil je nog meer? We hebben het pand een paar jaar geleden toch moeten verkopen na onze scheiding. Dan pas besef je hoe verknocht je eigenlijk bent geraakt aan de grachten. Via via kwam ik op deze woning uit, op de Keizersgracht. Toch een andere bloedgroep hoor. Mensen kijken me hier ook argwanend aan, hier zit de poen.”


Maar dat laat onverlet dat Koops nog altijd wel mooi op de grachten woont. “Alles wat voor mij interessant is, is hier op loopafstand vandaan. Voor mijn handel struin ik de Amstelmarkt en Noordermarkt af, ik doe zaken met musea en handel via het internet. Eigenlijk hoef ik de grachtengordel nooit meer te verlaten.” 
Tekst:  Jeff PinksterFoto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense

002 - Jacques - Keizersgracht

Jacques Koops (62) is handelaar in curiosa. Prenten, boeken, oude flessen parfum, zelfs eeuwenoud papier; zijn woning aan de Keizersgracht staat er vol mee. Een handeltje hij dat hij grotendeels  dankt aan de grachtengordel en zijn geschiedenis.

Tussen een zak vol negatieven en een stapeltje boeken tovert Jacques Koops een eeuwenoud vel papier tevoorschijn. “Uit 1692,” zegt de handelaar. Het is een kaart van Amsterdam, enkele jaren na de voltooiing van de grachtengordel. “Je ziet in één oogopslag hoe logisch de stad eigenlijk is opgebouwd rondom de haven, dat is zo mooi. Eeuwig zonde dat precies daar het Centraal Station is gebouwd, ik baal daar echt van. Het zicht op het water is helemaal verdwenen.’

Op dat ene schoonheidsfoutje na prijst de Amsterdamse handelaar zich verder gelukkig met zijn stad. “Ik ben blij dat de vooruitgang Amsterdam voor een groot deel bespaard is gebleven. De grachten zijn de voorbije eeuwen eigenlijk nauwelijks veranderd.” Voor Koops is het wonen in een andere stad ondenkbaar. “Ik ben geboren in Indonesië, heb gewerkt in Afrika, overwoog een paar jaar geleden naar Antwerpen te verhuizen, maar ik kan de grachtengordel gewoon niet verlaten.”
Ruim dertig jaar geleden kwam Koops op Prinsengracht wonen. Als zelfstandig ondernemer zocht hij atelierruimte waar hij kon werken aan het kleuren van prenten. Hij kwam uit op een kamertje niet heel ver van de Elandsgracht. Dat kamertje werd later het pakhuis in de binnentuin, tussen de Prinsen- en Keizersgracht in. Hij kocht de 280 vierkante meter voor een schijntje, ging er met zijn vrouw wonen en zag er zijn kinderen opgroeien.

“Een van de mooiste plekken van de grachtengordel Een vrijstaand pand, we hadden van niemand last. Wat wil je nog meer? We hebben het pand een paar jaar geleden toch moeten verkopen na onze scheiding. Dan pas besef je hoe verknocht je eigenlijk bent geraakt aan de grachten. Via via kwam ik op deze woning uit, op de Keizersgracht. Toch een andere bloedgroep hoor. Mensen kijken me hier ook argwanend aan, hier zit de poen.”
Maar dat laat onverlet dat Koops nog altijd wel mooi op de grachten woont. “Alles wat voor mij interessant is, is hier op loopafstand vandaan. Voor mijn handel struin ik de Amstelmarkt en Noordermarkt af, ik doe zaken met musea en handel via het internet. Eigenlijk hoef ik de grachtengordel nooit meer te verlaten.”

Tekst:  Jeff Pinkster
Foto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense
Monday, March 25, 2013
001 - Cox & Henk PrinsengrachtDe Kroning van Beatrix stond op het punt van beginnen toen Henk Brandt (63) en Cox Jobse (61) hun woning aan de Prinsengracht betrokken. Een dag eerder dan gepland, maar vanwege het motto van die dag best te begrijpen: geen woning, geen kroning. ‘Het huis ligt niet zo gek ver van de Dam en er stonden kraakacties op het menu. Jaren hebben we gezocht naar een woning op de gracht. Het risico dat onze nieuwe woning precies die dag zou worden gekraakt wilden we absoluut niet lopen. Op 30 april 1980 zijn we zodoende verhuisd. Anders dan de dag uitzitten konden we niet. Je moet je voorstellen dat dit toen nog een grote bouwval was: als het regende, dan regende het rechtstreeks de kelder in.’ ‘Met groot respect voor de geschiedenis zijn we de volgende dag gestart aan de verbouwing die bij elkaar vijftien jaar heeft gekost. En dat begon allemaal met het dak: tweeduizend historische dakpannen stuk voor stuk weggehaald, nagelopen op beschadigingen en waar nodig vervangen door nieuwe pannen via monumentenzorg. Daarna was het kamer voor kamer opknappen. En dan stuit je af en toe op bijzonderheden, zoals een muntje uit 1750.’ ‘Met de komst van Anna, mijn eerste dochter, was ik ook om een andere reden erg blij: ik kon het klussen voorlopig aan Henk overlaten. Het is bijzonder je kinderen hier te zien op te groeien. Op Koninginnedag bijvoorbeeld, voor de eigen deur met vrienden uit de buurt die even langskomen. Op die momenten besef je eigenlijk pas hoe bijzonder het is om op de gracht te wonen.’ ‘De grachtengordel heeft de kleine schaal van een dorp, maar het is tegelijkertijd de weerslag van een periode waarin wij de belangrijkste stad ter wereld waren. Je woont in een historische omgeving, waarvan de structuur al vierhonderd jaar hetzelfde is. De grachten hebben aan de ene kant een heel duidelijk patroon, maar aan de andere kant is iedere millimeter verschillend. Geen plek op de wereld lijkt er op. Je raakt nooit uitgekeken.’ Tekst:  Jeff PinksterFoto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense

001 - Cox & Henk Prinsengracht

De Kroning van Beatrix stond op het punt van beginnen toen Henk Brandt (63) en Cox Jobse (61) hun woning aan de Prinsengracht betrokken. Een dag eerder dan gepland, maar vanwege het motto van die dag best te begrijpen: geen woning, geen kroning.


‘Het huis ligt niet zo gek ver van de Dam en er stonden kraakacties op het menu. Jaren hebben we gezocht naar een woning op de gracht. Het risico dat onze nieuwe woning precies die dag zou worden gekraakt wilden we absoluut niet lopen. Op 30 april 1980 zijn we zodoende verhuisd. Anders dan de dag uitzitten konden we niet. Je moet je voorstellen dat dit toen nog een grote bouwval was: als het regende, dan regende het rechtstreeks de kelder in.’

‘Met groot respect voor de geschiedenis zijn we de volgende dag gestart aan de verbouwing die bij elkaar vijftien jaar heeft gekost. En dat begon allemaal met het dak: tweeduizend historische dakpannen stuk voor stuk weggehaald, nagelopen op beschadigingen en waar nodig vervangen door nieuwe pannen via monumentenzorg. Daarna was het kamer voor kamer opknappen. En dan stuit je af en toe op bijzonderheden, zoals een muntje uit 1750.’

‘Met de komst van Anna, mijn eerste dochter, was ik ook om een andere reden erg blij: ik kon het klussen voorlopig aan Henk overlaten. Het is bijzonder je kinderen hier te zien op te groeien. Op Koninginnedag bijvoorbeeld, voor de eigen deur met vrienden uit de buurt die even langskomen. Op die momenten besef je eigenlijk pas hoe bijzonder het is om op de gracht te wonen.’

‘De grachtengordel heeft de kleine schaal van een dorp, maar het is tegelijkertijd de weerslag van een periode waarin wij de belangrijkste stad ter wereld waren. Je woont in een historische omgeving, waarvan de structuur al vierhonderd jaar hetzelfde is. De grachten hebben aan de ene kant een heel duidelijk patroon, maar aan de andere kant is iedere millimeter verschillend. Geen plek op de wereld lijkt er op. Je raakt nooit uitgekeken.’

Tekst:  Jeff Pinkster
Foto:   Janus van den Eijnden & Tom Lievense

Gezicht op de Gracht (400 jaar Amsterdamse Grachtergordel)

'Gezicht op de Gracht'
De Amsterdamse grachten. Drie grachten in de vorm van een halve maan die de stad zijn wereldfaam bezorgden. De steile bruggetjes, de herenhuizen en idyllische dwarskanalen. Het is in de loop van de tijd veelvuldig in beeld gebracht, maar zelden kregen we een inkijkje in het dagelijks leven van de grachtenbewoners zelf. Gek eigenlijk, want de grachten zijn al sinds 1613 bewoond. In de fotoserie “Gezicht op de Gracht” duiken fotografen Janus van den Eijnden, Tom Lievense en journalist Jeff Pinkster in de levens van hedendaagse grachtenbewoners. We maken kennis met bewoners die al decennia op de grachten wonen, ontmoeten studenten die hun geluk niet opkunnen, treffen kunstenaars in hun ateliers en zien jonge werknemers die net in hun eerste appartement trekken. Voor de fotoserie worden bewoners van de grachtengordel geportretteerd en geïnterviewd. Wie zijn zij? Hoe kijken zij tegen hun grachten aan? Hoe zijn ze daar terechtgekomen? En wat maakt de grachtengordel volgens hen de grachtengordel? Voor dit nieuwe project zijn we op zoek naar grachtenbewoners die graag mee willen werken. Heeft u een bijzonder verhaal of een woning die u graag wilt laten zien? Schroom dan niet om te mailen naar: gezichtopdegracht@gmail.com of laat een reactie achter de facebookpagina:https://www.facebook.com/gezichtopdegrachtDan nemen wij zo snel mogelijk contact met u op Deze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).

Gezicht op de Gracht (400 jaar Amsterdamse Grachtergordel)

'Gezicht op de Gracht'

De Amsterdamse grachten. Drie grachten in de vorm van een halve maan die de stad zijn wereldfaam bezorgden. De steile bruggetjes, de herenhuizen en idyllische dwarskanalen. Het is in de loop van de tijd veelvuldig in beeld gebracht, maar zelden kregen we een inkijkje in het dagelijks leven van de grachtenbewoners zelf. Gek eigenlijk, want de grachten zijn al sinds 1613 bewoond.

In de fotoserie “Gezicht op de Gracht” duiken fotografen Janus van den Eijnden, Tom Lievense en journalist Jeff Pinkster in de levens van hedendaagse grachtenbewoners. We maken kennis met bewoners die al decennia op de grachten wonen, ontmoeten studenten die hun geluk niet opkunnen, treffen kunstenaars in hun ateliers en zien jonge werknemers die net in hun eerste appartement trekken.

Voor de fotoserie worden bewoners van de grachtengordel geportretteerd en geïnterviewd. Wie zijn zij? Hoe kijken zij tegen hun grachten aan? Hoe zijn ze daar terechtgekomen? En wat maakt de grachtengordel volgens hen de grachtengordel?

Voor dit nieuwe project zijn we op zoek naar grachtenbewoners die graag mee willen werken. Heeft u een bijzonder verhaal of een woning die u graag wilt laten zien? Schroom dan niet om te mailen naar: gezichtopdegracht@gmail.com of laat een reactie achter de facebookpagina:

https://www.facebook.com/gezichtopdegracht

Dan nemen wij zo snel mogelijk contact met u op

Deze fotoserie is (mede) mogelijk gemaakt door het AFK (Amsterdams Fonds voor de Kunst).